De Voedselzandloper

VoedselzandloperOmdat ik al tientallen jaren bezig ben met voeding en lijnen, en de laatste 10 jaar ook met ouder worden, was ik benieuwd naar het boek ‘De Voedselzandloper’ van Kris Verburgh. Ik had hem gezien bij Pauw en Witteman, en hoewel zijn persoonlijkheid niet meteen de handen op elkaar krijgt, vond ik wat hij vertelde interessant.

Het boek bleek een pil van 300 bladzijden met zeer veel theoretische uitweidingen, dus vond ik het handig om het te lenen en voor mezelf de essentie samen te vatten. Inmiddels ben ik echt ‘een volgeling’, ik vind het een zéér steekhoudend verhaal. Ik heb wat kritieken op het boek gelezen (want natuurlijk zijn die er ook), maar die overtuigen mij niet. Vooral het verhaal op de site van Het Voedingscentrum (De Schijf van Vijf) komt op mij tamelijk onnozel over – men heeft het boek duidelijk niet begrepen en vervalt in gezeur over chocola en rode wijn.

Na eigenlijk een leven lang tobben met mijn overgewicht en het zoeken naar diëten om dit probleem te lijf te gaan, lijkt het erop dat deze theorie goed bij mij past, en daarom voor langere tijd toepasbaar is. Geen suiker en weinig koolhydraten is iets waar ik sinds Atkins in geloof, maar het eten van veel eiwitten begon ik om meerdere redenen een probleem te vinden. Verburgh heeft een voor mij gouden combinatie: geen suiker, weinig koolhydraten maar bijvoorbeeld wel koffie, rode wijn en voedingssupplementen, want dat zijn nou eenmaal de dingen die ik niet graag laat schieten. En nu, na een aantal weken min of meer trouwe opvolging en 8 kilo gewichtsverlies durf ik voorzichtig te zeggen: tjee, dit lijkt erop! Daarom heb ik mijn samenvatting op dit weblog gezet, ik hoop dat er meer mensen enthousiast worden. Want geloof me: het werkt – ik word tegenwoordig met de minuut ouder!

Het boek is geschreven voor mensen die met goede voeding gezond willen blijven en het verouderingsproces willen vertragen. Ziektes als kanker, dementie, hart- en vaatziekten en diabetes type 2 worden gezien als veroudering. Veroudering in de betekenis van: het lichaam functioneert slechter waardoor je eerder dood gaat. Deze ziektes kun je ook beschouwen als een vorm van slijtage.

Verburgh meldt ook onderzoeken waarbij zelfs is aangetoond dat sommige aandoeningen (aderverkalking, diabetes type 2) door zijn dieet omkeerbaar zijn, d.w.z. kunnen verbeteren of zelfs genezen.

Er zijn twee types veroudering, de primaire en de secundaire. De primaire veroudering is in de genen vastgelegd, is dus erfelijk en bepaalt onze maximale levensduur. Onze genen maken dat de maximale levensduur van de mens ongeveer 120 jaar is. Die ‘aanleg’ is dus per persoon verschillend, denk hierbij aan bepaalde families waarbij veel 90-jarigen voorkomen, terwijl bij andere families geen enkel individu deze leeftijd haalt.

Secundaire veroudering is vooral het gevolg van onze levensgewoonten en -omstandigheden: voeding, stress, te weinig lichaamsbeweging, ziektes, ongelukken, enzovoort. Secundaire veroudering bepaalt de gemiddelde levensduur. Primaire en secundaire veroudering samen bepalen jouw levensduur.

Hoe oud je kan worden ligt vast in je genen, hoe oud je wordt heb je voor een groot deel zelf in de hand door je levensstijl, met name door wat je eet. In het model ‘De Voedselzandloper’ laat Verburgh bovenin alle voedingsmiddelen zien die bijdragen aan het versnellen van het verouderingsproces, en onderin die voedingsmiddelen die het verouderingsproces tegengaan.

Het boek bestaat voor een groot deel uit de beschrijving van alle wetenschappelijke onderzoeken waarmee Verburgh tot deze indeling gekomen is. Hierbij gaat het vooral om kansberekeningen: ‘Dagelijks een handje walnoten vermindert de kans op een hartaanval met bijna de helft’ en ‘Minstens drie keer per week een glas fruitsap geeft 76 procent minder kans op Alzheimer’. Daarnaast staan er veel beschrijvingen in van de oorzaken hiervan op microbiologisch/cel-niveau. Verder heeft hij nog aanbevelingen voor het aantal calorieën per dag en zaken als lichaamsbeweging, niet roken en dergelijke.

De gemiddelde levensverwachting in Nederland is voor mannen 79 en voor vrouwen 83 jaar. Houdt men zich heel strikt aan al zijn adviezen dan worden mannen gemiddeld 7 jaar ouder en vrouwen 15 jaar. Maar mensen blijven vooral ook langer gezond en (dus) fit.

Aan de hand van alle wetenschappelijke onderzoeken die Verburgh bestudeerd heeft, komt hij tot een lange lijst van aanbevolen voedingsmiddelen. Wanneer je je hiertoe beperkt is vooral het aantal ‘snelle koolhydraten’ drastisch kleiner dan je gewend bent. Hierdoor verlies je gewicht. In het boek staat overigens nergens hoe je dan moet zorgen dat dit gewichtsverlies ooit een grens bereikt.

Koolhydraten, vooral in de vorm van suiker, zijn slecht omdat ze zorgen voor een hoog bloedsuikergehalte. De alvleesklier maakt dan insuline aan. Insuline zorgt ervoor dat de suiker in de cellen opgenomen kan worden. Vervolgens wordt insuline-like growth factor (IGF, een soort groeihormoon) aangemaakt, wat resulteert in groei en ontwikkeling van weefsels. Bij iedere celdeling is de kwaliteit van de nieuwe cel minder, dus is het ongunstig om dit proces extra te activeren.

Verder zorgen suikers in het lichaam voor verbindingen tussen eiwitstrengen, waardoor het weefsel minder soepel en ‘rimpelig’ wordt. Dit geldt zowel voor de huid als voor interne weefsels, zoals bijvoorbeeld bloedvaten.

IGF is tevens eens kankerbevorderende stof omdat het cellen sneller doet groeien.

Koolhydraten in voedingsmiddelen
Koolhydraten worden omgezet in glucose. Bij koolhydraten is de glycemische index van belang: de snelheid waarmee de suiker uit een voedingsstof in het bloed wordt opgenomen. Voedingsmiddelen met een GI van meer dan 50 raadt hij sterk af. Dit zijn: glucose, sucrose (tafelsuiker), brood, rijst, aardappels, pasta, cornflakes, koek en chips.

Wel, maar met mate, mogen koolhydraatrijke voedingsmiddelen worden genomen met een GI onder de 50. Dit zijn volkorenbrood, havermout, fruit, donkere chocolade, sojabonen, en alle groentes, noten en tofoe.

Ook eiwitten moeten met mate gegeten worden. Vlees eten vindt Verburgh echter wel gewenst, omdat het ook noodzakelijke stoffen zoals zink, ijzer en carnosine, die belangrijk zijn voor de gezondheid, levert. Maar dan geen ‘rood vlees’ (rund, varken), maar gevogelte en vis.

Vetten zijn minder ongezond dan tot nu toe werd aangenomen. De combinatie met suiker in industrieel bereid voedsel (gebak, koeken, snoeprepen) is echter wel zeer ongezond, ook al omdat daarbij transvetten (geharde vetten) gebruikt worden. Ook verzadigde vetzuren zijn niet goed. Deze zitten in bijvoorbeeld rood vlees, melk, boter, kaas en ijs. Omega-6 is ook minder gezond, dit komt voor in plantaardige oliën zoals zonnebloem-, palm- en maïsolie.

Gezonde vetzuren zijn onverzadigd: olijfolie en in vette vis, walnoten, lijnzaad etc. (omega 3). Voldoende omega 3 heeft een positieve uitwerking op de hersenen, en helpt zodoende bij het voorkomen van stemmingsstoornissen, depressies, psychoses en dementie.

Klik hier voor de tabel waarin ik alle do’s en don’ts op een rij gezet heb: Tabel Voedselzandloper. Van alle voedingsmiddelen/onderwerpen uit deze tabel is door gedegen, meervoudig wetenschappelijk onderzoek aangetoond dat ze een ongunstige resp. gunstige invloed hebben op de gezondheid.

Op internet staat een test: http://www.voedselzandloper.com/test.html, hiermee kun je meten hoe je (relatieve) gezondheid is.

Tot slot mijn persoonlijke kanttekeningen.

Zon
Verburgh spreekt zichzelf hier op twee plaatsen in het boek tegen. Op één plek waarschuwt hij tegen de zon en zegt eigenlijk dat je je nooit aan de zon moet blootstellen – factor 50, breedgerande hoed etc. Overigens heeft hij het hierbij alleen over veroudering/rimpelvorming van de huid (een probleem van het uiterlijk dus), en niet over de gezondheid.

Op een andere plek laat hij zien dat mensen de zon nodig hebben voor de aanmaak van vitamine D, en dat er problemen ontstaan op plaatsen waar (te) weinig zon is. Zelf heb ik publicaties gelezen waarbij gewaarschuwd wordt voor het te weinig aan de zon blootstellen van jonge kinderen. Zij zitten tegenwoordig veel binnen en worden buiten onmiddellijk ingesmeerd met sunblockers, en dit heeft kwalijke gevolgen. De nieuwste onderzoeken propageren een verstandige en gedoseerde blootstelling aan de zon.

Vitamine C
Over Vitamine C is Verburgh nogal ambivalent – hij ziet het nut van grote doses vitamine C enerzijds wel, maar onderbouwt zijn twijfel aan de onderzoeken van nobelprijswinnaar Linus Pauling, die grote hoeveelheden vitamine C met goede resultaten intraveneus toediende aan kankerpatiënten.
Ik heb meerder onderzoeken over vitamine C gelezen, en er mijn eigen verhaal bij gemaakt. Ik neem één 1000 mgs ‘time released’ tablet per dag, en als ik verkouden ben 2. Tegenover het argument ‘je plast het overtollige toch uit’ houd ik me aan het vertrouwen in het gunstige effect van ‘een hoge vitamine C spiegel’ in mijn weefsels.
Lees ook dit.

Lactose (in)tolerantie
Verburgh verklaart zich tegenstander van melkproducten met als argument dat mensen van nature lactose-intolerant zijn en er vroeger ziek van werden (en een groot deel van de wereldbevolking nog steeds). Ik hou het er op dat het ontwikkelen van het ‘tolerantie-gen’ gunstig moet zijn geweest voor een bepaalde groep. Daar kan ik me iets bij voorstellen: melk is natuurlijk een praktisch voedingsmiddel in tijden van schaarste, als je de leverancier (bijv. koe of geit) niet hoeft te doden om ervan te profiteren. Dit terwijl hetzelfde dier de melk van gras maakt, in de zomer ruimschoots voorhanden, in de winter te drogen als hooi.

Het verouderingsgen
Verburgh geeft een verklaring voor het feit dat muizen niet oud worden. Dit legt hij naar mijn idee een beetje merkwaardig uit. Hij zegt: ‘Een muis die een (gemuteerd) gen heeft waar hij ouder mee kan worden dan zijn soortgenoten, heeft daar niets aan omdat hij voor die tijd al overlijdt door een onnatuurlijke oorzaak. Muizen worden namelijk niet ouder dan drie jaar omdat ze zoveel vijanden hebben dat ze binnen die tijd opgegeten worden.’

Hij gaat hierbij  voorbij aan hoe evolutie werkt. Het lijkt nu of het om het individu gaat, dat niets aan een gemuteerd gen heeft. Het was duidelijker geweest als hij had uitgelegd hoe het werkt met gemuteerde genen: als het om een voor de soort gunstige eigenschap gaat, zal het individu meer nakomelingen krijgen, zodat in de populatie de voordelige eigenschap vaker gaat voorkomen. Bij muizen gebeurt dit in dit geval dus niet omdat de muis daar te kort voor leeft, net zo kort als muizen zonder dat gen.

Chocolade duit in het zakje

Ik ben er uit! Helaas, Zwarte Piet moet het veld ruimen. In deze discussie gaat het niet om argumenten, het gaat om gevoel, en om de vraag of je rekening wenst te houden met andermans gevoel.

Met argumenteren kom je er niet, dat hebben we de afgelopen dagen gezien. Een paar argumenten op een rij.

‘Het doet denken aan het slavenverleden’. Inderdaad een pijnlijk bladzijde uit onze geschiedenis. Maar witte mensen vinden: van de slavernij hebben wij afstand genomen, mensen van deze tijd zien ‘zwarten’ niet als slaaf. Wanneer zwarte mensen last hebben van dit verleden, kunnen ze het best proberen hiermee te leren leven. Veel Duitsers hebben ook nog steeds last van het verleden, het is voor hen waarschijnlijk ook heel naar als er (weer) een film of documentaire over de tweede wereldoorlog gemaakt wordt, maar dat is kennelijk geen reden om het niet te doen. Beetje kromme vergelijking, ik draai de ‘slechten’ en de ‘goeden’ een beetje om, maar de boodschap is: aan het verleden kun je niets meer veranderen, dus ‘cope with it’.

‘De meerderheid wil dat Zwarte Piet blijft’. Maar heb je gelijk als je met meer bent? En wordt het allemaal niet nog veel leuker als je samen een oplossing vindt zodat iederéén het een mooi feest vindt?

‘Sinterklaas is een traditie, historisch zo gegroeid’. Daarvoor moet iedereen in de boekjes gaan duiken, en dan blijkt dat er heel veel verschillende soorten feesten zijn geweest. En weer: waarom zou je in het verleden duiken om je gelijk te halen?

Maar wat niet te betwisten valt, is het gevoel dat mensen uiten. Zwarte Piet is een archetype met vaak minder gunstige eigenschappen, een karikatuur. Ik vind het begrijpelijk dat zwarte mensen zich hier ongemakkelijk bij voelen. Het is niet leuk als de ‘zwarte knecht’ neergezet wordt als domme afrikaan.

Er bestaat dus een probleem. Bij een probleem is het handig als beide partijen samen zoeken naar een oplossing, met wat geven en nemen.

  • De ene partij wil in ieder geval het Sinterklaasfeest behouden.helpertje
  • De andere partij wil de racistische trekjes er in ieder geval uithalen.
  • De derde partij (de kinderen) maakt het allemaal niet uit. Want laten we eerlijk wezen, die kun je alles wijs maken. Het gaat om ‘het verhaal’ wat de volwassenen ze vertellen.

Dus als we dit jaar in het Sinterklaasjournaal het nieuws brengen dat alle Pietjes een make-over hebben gehad omdat Sinterklaas dat zwart een beetje saai vond worden, waardoor ze nu

  • alle kleuren van de regenboog hebben
  • hele grote sleutelbossen hebben waar ze alle huizen mee in kunnen (in plaats van door die smerige  schoorsteen)
  • kleurige mutsjes dragen met een bloem erop en
  • oranje piekhaar hebben

(ik noem maar wat)

dan vinden de kleine gelovigen dit allemaal prima denk ik. En misschien ook nog minder eng dan die onnatuurlijke, zwart glimmende griezels.

Dus: koppen bij elkaar en nieuwe helpertjes bedenken voor Sinterklaas. En witte mensen, leer maar leven met het verlies van Zwarte Piet. Er zijn wel meer ‘mooie’ dingen uit onze jeugd verloren gegaan.

Peverelli!

Ik heet Laurina, dat is een naam waar ik blij mee ben. Ik dacht altijd dat het Italiaans was, en dat ik dus ergens Italiaanse voorouders had. Best interessant. Omdat mijn overgrootvader Kohnhorst heette en getrouwd was met een mevrouw Straub, dacht ik dat ik ook nog een kwart Duits was.

Maar het hele stamboomgedoe heeft me nooit zo geïnteresseerd, omdat je altijd eigenlijk maar één lijn kunt volgen. Stel bijvoorbeeld dat je al je voorouders in kaart wilt brengen, dan zijn dit er in mijn geval vanaf 1800 al 64. Dat is zó’n grote club mensen, dat het me niet erg boeit wie dat allemaal zijn – ik ben tenslotte maar zo’n klein deeltje van elk van hun.

En het kan ook nog eens heel teleurstellend zijn. Ik heet Grootendorst, en toen een hobbyist deze naam ging uitpluizen, bleken we niet van een GrootenDROST met familiewapen afkomstig te zijn zoals we altijd dachten, maar van een Jacob Grootendorst uit de 16e eeuw, die in ieder geval geen landdrost, maar misschien gewoon een drinkebroer was. Daarbij is niet zeker of je zijn naam met één of twee o’s speldde. Het ‘familiewapen’ bleek een fantasiewapen te zijn wat in de vorm van een glas-in-loodraampje in een kerk zat, waarschijnlijk bij wijze van dank voor aan die kerk gedoneerde gelden.

Maar die voornaam, waar kwam die nou vandaan? Op deze regenachtige dag maar eens googelen, en dan blijkt dat je werkelijk ALLES kunt vinden over AL je voorouders.

PeverelliZo blijkt er in 1802 in Zwitserland (Vacallo) een Lorenzo Maria Peverelli geboren te zijn, die schoenmaker werd.

Vacallo ligt in het uiterste zuidpuntje van Zwitserland, het gedeelte dus waar ze Italiaans spreken. Peverelli, prachtig! Zijn vader heette Gioacchino, zijn broers Giovanni en Giuseppe.

Mogelijk versleten Nederlanders hun schoenen sneller dan de bewoners van het uiterste zuidpuntje van Zwitserland, want op enig moment is Lorenzo naar Nederland vertrokken om daar schoenen te gaan lappen. Hij trouwde er met Dirkje Jansdochter van Eijsden uit Gorinchem. Eén van zijn dochters noemde hij Laurina – dit is de eerste Laurina die ik kan vinden.

Laurina Peverelli (1839, Gorinchem) trouwde met Willem Frederik Straub, maar deze ‘Duitser’ blijkt gewoon in Den Haag geboren te zijn.

Laurina en Willem kregen een dochter, Helena Anna Straub (1867, Den Haag) en die trouwde weer met mijn overgrootvader, Jan Kohnhorst, die evenmin uit Duitsland kwam, maar uit Den Helder.

En Jan en Helena noemden één van hun dochters weer Laurina, naar de moeder van Helena dus. En die Laurina Kohnhorst, geboren 1897 in Den Haag, is de grootmoeder waar ik naar genoemd ben.

Ik ben dus eenvierenzestigste Zwitserse schoenmaker, die misschien net zoals ik niet van bergen hield en die Laurina ook een mooie naam vond.

Brebis bleu

Sommige Franse neringdoenden maken handig gebruik van onze gebrekkige kennis van hun taal, is onze ervaring. Toen we ooit bijvoorbeeld 3 gasflessen wilden kopen omdat we een bord zagen met 1+1+1 = 2 (1 gratuit) en er geen 2, maar toch 3 berekend werden, raakten we in een moeizame woordenwisseling. Hierbij deed de gasflessenverkoper erg ingewikkeld met een rekenmachine, onder het mompelen van een herhaald ‘c’est tres compliquée’.
Een andere keer wilden we brandhout kopen, en legden dit voor aan een onwillig houtmannetje – 9,5 vinger, poriën gevuld met zaagsel, brandgevaarlijk peukje in mondhoek. Op onze vraag of hij hout voor ons had, zei hij schouderophalend, met z’n rug naar een immense brandstapel ‘non, pas du tout’.

Afgelopen zondag gingen we naar het versmarktje in Leon. Een kaashandelaar met een vrolijke, bolronde toet stond ons toe te roepen, handen gevuld met plakjes die hij ons aanbood van zijn schapenkazen. We namen ze graag in ontvangst na een lange fietstocht zonder ontbijt. Hij blééf echter maar doorgaan met het afsnijden van plakjes van allerlei soorten kazen, grote, kleine, gele, witte, gevuld met noten, paprika, wat niet al. En wij bleven maar eten, afwerende gebaren maken hielp niet, we kwamen er niet meer weg. Natuurlijk voel je je op een gegeven moment verplicht wat te kopen – we kozen voor een ‘brebis bleu’, een blauwschimmelkaas. Al babbelend wilde hij ons eerst een complete halve kaas van 20 kilo verkopen, maar dit wisten we gelukkig terug te brengen tot een bescheidener maat. ‘Pas dans le frigo, tupperware’ zei hij nog, terwijl hij het stuk afwoog en er een papiertje omdeed. Hij noemde de prijs, franse getallen zijn voor mij een compleet raadsel, dus het bedrag ontging me tot ik René een grijs briefje uit z’n portemonnee zag pakken, en toen nog een, en toen een munt: bij elkaar zes-en-twintig euro, voor een stuk KAAS! René had de prijs op het bordje zien staan, kent sowieso de prijzen van kaas niet en vond het dus ook helemaal niet gek. Ik wankelde weg, naar de volgende blije verkoper, ‘time to drink’ zei deze en wees op zijn voorraad Armagnac en Floc de Gascogne. In mijn beste frans legde ik uit dat ik blut was omdat we net Kaas hadden gekocht. Toen ik het stuk liet zien schudde hij meewarig zijn hoofd en ik begreep dat ik in ieder geval opgelicht was. Ik dus terug naar de vrolijke kaasbaas, hij had ‘een prijs van een andere markt’ gerekend. Maar nee, meer dan 4 euro wilde hij me toch echt niet teruggeven …

Op weg naar huis vonden we het eigenlijk moedig dat de kaasboer zonder wapens op zak met zijn voorraad open en bloot op de markt durfde staan. En ook verbazend dat je eigenlijk nooit hoort van Grote Kaasroven.

Thuis zetten we ons kostbare kleinood in onze echte spaanse kaasstolp. ’s Avonds een stukje genomen bij een flesje prima bordeaux – de kaas was heerlijk, maar de wijn rook volgens René ‘naar zeik’. Kwam het door de kaas? De wijn was gelukkig een stuk goedkoper.

’s Avond klaagde René dat hij zo’n rare lucht in z’n neus had. ‘Staat er soms een vuilnisbak open?’ Ik rook niets, maar toen ik de volgende ochtend de kamer inkwam was de lucht onmiskenbaar: ouwe sokken met vleesafval. Ik spoedde me naar onze brebis bleu, en ja hoor, toen ik de stolp opende, walmde hij me vrolijk tegemoet. De blauwe plekken waren groenig geworden, er waren ook nog wat griezelige bruine plekken bijgekomen en de kaas glom van het zweet. Toen ik hem optilde, bleek hij in een vet plasje te liggen – de lucht hiervan kon ik dagenlang niet uit de stolp en van mijn vingers krijgen!

Hup, in de tupperware met dat ding! Ik moest er nog voor 7,50 afsnijden voordat hij in het doosje paste, en dat heb ik toen maar als ontbijt opgegeten. Onverstandig, lag zwaar op de maag er veroorzaakte dreigend rommelende ingewanden.

En nu ligt onze kaas al een paar dagen in de ijskast in zijn plastic doosje. En we aarzelen eigenlijk een beetje om het weer open te doen …
onze bb, veilig in zijn doosje

Sanomatig

piglet-balloonHeel tevreden zaten we met z’n allen bij weblog.nl. Tot uitgeverij Sanoma dacht: ‘hee daar kan geld verdiend worden’. Ze kochten de hele boel op en de blogs werden geëxporteerd. En meteen sloeg de wet van Murphy genadeloos toe. Achtergrond en persoonlijke lay-out weg, plaatjes weg, hyperlinks weg, kolommen weg en teksten helemaal weg of bijna onleesbaar door allerlei rare tekens en andere storingen. Met enige regelmaat kregen we mailtjes met verontschuldigingen, mogelijke oplossingen, en dingen die je zelf nog kon proberen. Het mocht allemaal niet baten, het bleef een rommeltje en de lol ging er bij mij volkomen af. Dit ook al omdat de ‘bediening’ van de (het?) nieuwe weblog idioot ingewikkeld en gebruiksONvriendelijk was. En toen werd het een hele tijd stil …

Tot het mailtje van enige dagen geleden: ‘Sanoma Media draagt Weblog.nl over aan WordPress.com.’ – ‘De kwaliteit van Weblog.nl is al langere tijd niet op het gewenste niveau. Opkomende concurrentie van goede en gratis alternatieve blogdiensten heeft ons doen besluiten de dienst over te dragen aan een externe partij.’ Wat een zelfinzicht! Of zou het toch misschien kunnen zijn dat de hoop er óóit aan te zullen gaan verdienen, uiteindelijk gewoon vervlogen was?

Hoe dan ook, we zitten dus nu op WordPress.com. Ik ben weer vol goede moed – het kan alleen maar beter worden!

Serveuse bizarre

Omdat het vertrouwde eettentje in ons Franse vakantiedorp gesloten bleek, weken wij uit naar een gelegenheid in een naburige plaats waar we wel eens eerder hadden gegeten. In de tussentijd bleek het personeel een drastische wijziging te hebben ondergaan. Wij werden verwelkomd door de kok (bleek later), een ongelooflijk zwerverstype met vet slierthaar en halve tandjes in bruintinten. We namen plaats aan een tafeltje gedekt met een bevlekte pareo. Daar kwam de serveerster, die een even armetierig type in een soortgelijke vettige uitvoering bleek. Nou heeft mijn dochter vaak in de horeca gewerkt en wel eens voorgedaan hoe je zeven volle borden tegelijk moet serveren. Twee krachtige rechterarmen leken daarbij beslist handig. Verder maakte ze me ook duidelijk dat je ongelooflijk hard moet kunnen lopen en snel moet kunnen manoeuvreren tussen de tafeltjes, anders hoef je er niet aan te beginnen, het serveerstersvak. Deze mevrouw beantwoordde zacht gezegd niet helemaal aan het beroepsprofiel. Om te beginnen had ze klaarblijkelijk twee (!) ongelukkige voeten, gestoken in aangepast schoeisel model amorfe klomp. Deze orthopedische kunststukjes konden helaas niet verhelpen dat ze een bijzonder trage ‘silly walk’ had. Maar wat erger was: ze had maar één matig werkende arm tot haar beschikking – de andere hing slapjes in een soort bochtje tegen haar lichaam. Ze serveerde alles door met het ene armpje borden, gerechten, glazen en dergelijke een soort op het andere armpje te stapelen en tegen haar lichaam (i.c. haar wat groezelige shirtje) aan te drukken. Door haar merkwaardig hopsende gang verloor ze ook nogal eens wat, her en der lagen stukken stokbrood en slabladen. Het ging dus allemaal wat wonderlijk en langzaam, maar op de meest hectische momenten (als er twee hete mosselpannen geserveerd moesten worden) kwam de kok erachteraan met de andere helft van de bestelling. Het eten was gelukkig lekker, dus we deden maar of we de vette glazen, het besmeurde bestek en de smoezelige borden niet zagen. Maar het meest aandoenlijke van de hele vertoning vonden we dat de onfortuinlijke serveerster zich verontschuldigde voor onze slabordjes, die niet helemaal hetzelfde waren. Dat was ons nou net niét opgevallen!

Waar zijn we nou mee bezig?

Ze kunnen niet koken, ze mogen geen hobby hebben, ze verliezen talentenjachten, ze kunnen geen restaurant runnen, ze zijn wegmisbruikers, ze kunnen geen kinderen opvoeden, ze kunnen geen ruzies oplossen, ze kunnen geen huis kopen noch verkopen noch opknappen noch de hypotheek betalen, ze kunnen niet tuinieren, emigreren wordt een mislukking, ze kunnen niet klussen, ze kunnen niet afvallen, ze zijn hun ouders kwijt, ze hebben een enge ziekte, ze kunnen geen vrouw vinden, ze worden opgelicht: we zitten naar een stel SUKKELS te kijken!

(vrij naar
Eric Sauers)

Ik geloof …

… dat ik Arie Boomsma begrijp. Echt, hij heeft het niet steeds over zijn mooie lijf, hij heeft het over het plezier van beweging, trainen, oefenen. Daar krijg je een mooi lichaam van, dat klopt. En waarom vind ik dit mooi? Omdat het sterk is. Sterk is veilig, sterk is ‘daar wil ik vrienden mee zijn’, sterk is nog lang niet dood.

Dun is mooi bij ons westerlingen, in Afrika betekent het: arm, hongerig. Dik is daar mooi. Hier betekent dik: traag, hart- en vaatproblemen, bijna dood. Lelijk.

Als we in onze jeugd gerimpeld zou zijn en in de loop van ons leven steeds gladder zouden worden, zouden we rimpels mooi vinden. Dan zouden we geld uitgeven aan plastisch chirurgen die natuurgetrouwe kreukels in ons gezicht konden ‘zetten’ en een mooie streepjescode op onze bovenlip konden graveren. Dan zou glad oud zijn. Glad is dan lelijk, is bijna dood.

Als je veel beweegt 1. ben je gezond, 2. voel je je lekker en 3. zie je er goed uit. Dus Arie, ik geloof je als je zegt dat je het niet alleen voor je uiterlijk doet. Het gaat je om de heilige 3-eenheid. Mooi is niet oppervlakkig, niet verdacht. Mooi is: leven.

arie-boomsma-

Beste Arie, ik volg je al tijden en ik heb je nog steeds niet uit de bocht zien gaan, ook nu weer niet in DWDD. Nou alleen die beetje truttige spraak nog …

Van televisie word je vrolijk

Was weer het kijken waard, de treurbuis gisteravond.

Conny ex-Breukhoven, alias Vanessa, een hoofd als een opgeblazen ballon, moeilijk pratend met door Botex misvormde lippen: ‘Leeftijd is niet delangrijk voor nge. Ik den oewie ik den.’

En bij Theroux lieten zwarte, goudgetande rappers twee uitersten zien van het zwarte-rapper-zijn.

Nummer 1 werd geinterviewd op het baseballveldje voor zijn met portretten van zichzelf volgehangen huis, en noemde zich ‘entrepreneur’.

En nummer 2 antwoordde op de vraag waarom hij een pistool droeg: ‘Ik heb gemerkt dat een vrouw beter naar je luistert met een loop tegen haar hoofd, ye know wha I’ say’n?’

Thé met Frans

Het rijmen is ook niet meer wat het geweest is:

Gek op z’n vrouw, trots op z’n dochters,
Dat zij kunnen studeren is waar hij voor heeft gevochten.
Hij neemt een slok van zijn bier en ik zie het in zijn ogen,
Waar had die kunnen zijn als het anders was gelopen
Jeffrey werd verleid als een jongenman,
Ruil jij je brommer in voor een tank
Hij zei: ‘ja’ en daar stond die dan.
Strijdend in een strijd die niet de zijne was
Nu loopt die hier op straat en is ie bang dat die op mijnen stapt
Gedood door de kogels van zijn kant
Ik keek hem in zijn ogen en voelde zijn pijn man
Neem er 1 van mij man en drink voor ze
Hij zei: ‘proost Frans maar zing voor me’.
Anna wilde studeren, had de wereld graag rondgereist
Maar nu zegt de dokter dat ze een jongen krijgt.
En toch zit Anna hier, dr zoontje aan dr hand
Ze zijn gelukkig samen ze zegt: ‘Zingen Frans’
Refrein:
Zing een liedje voor me Frans
Ook al is het in het Frans.
Het leven gaat zo snel voorbij,
dus zing en ik vergeet de tijd
Je muziek die maakt me vrij

Ik denk niet dat de schrijver van deze nauwelijks te volgen kromtaal het ook nog in het Frans had gekund …